PhD-project summary

Nico Carpentier


The discursive articulation of audience participation in four television talk shows. An analysis of the construction of audience participation in the television system applying the discourse theory of Ernesto Laclau and Chantal Mouffe.

This PhD-project deals with the research question which discourse on participation is being produced in four television talk shows by the interaction between the different actors involved, and how this discourse should be evaluated. These four television talk shows are the audience discussion programmes Jan Publiek (VRT ­ Flemish television), De Eeuwige Strijd (VTM ­ Flemish television) and Het Lagerhuis (VARA ­ Dutch television), complemented with the current affairs programme Ter Zake (VRT).

This project should first be situated within the poststructuralist and constructivist theoretical traditions, which also includes the discourse theory of Laclau and Mouffe. A second point of reference is the interest that is being attributed to popular (television)culture within the domain of the British Cultural Studies. Finally this text should be firmly placed within the qualitative research tradition, as its main methodological focus is on qualitative content analysis.

In a first part the potential (subject)positions of the different actors are identified and analysed, using a theoretical analysis of the academic discourses related these different positions as framework. This results in a description of the three 'fields of discursivity' that surround the identities of the media (or the programme), the identity of the media-professional and the identity of the audience. Used as 'sensitising concepts' in the qualitative analysis, these fields of discursivity are strengthened by relating them to the broadcast practice, when in a second part the interviews with the panel members (Jan Publiek and Het Lagerhuis) and with the members of the production team of the four talk shows are analysed. Both parts support the analysis of the discourse on participation as it is presented to the viewers in the actual broadcasts, which forms the core of this research project. Emphasis is first placed on the identity of the different actors, and the way these identities are articulated. This facilitates the analysis of the power relations between the different actors, and the way these relations are articulated in the actual broadcasts.

The concept of 'power' is approached by means of a theoretical framework that combines the writings on power by Foucault and Giddens. This allows for an approach to power that defines power not as a possession, but as a structural component of human relations. Using the distinction between generative, repressive and productive power, the possibilities and limitations of the different actors are analysed, which enables an intermediary position between audience participation as emancipatory and audience participation as manipulative. Although the presence of 'ordinary people' (and their viewpoints, experiences and questions) are effectively validated in these talk shows, and the relationship between the 'ordinary people' and the elite persons are to be seen as relatively equal, the unequal power balance between media-professionals and participants ­ who are, despite their resistance, strongly managed by the production team ­ is rarely questioned.


De discursieve articulatie van publieksparticipatie in vier televisie talkshows. Een onderzoek naar de constructie van publieksparticipatie in het televisiesysteem aan de hand van de discourstheorie van Ernesto Laclau en Chantal Mouffe

Dit doctoraat levert een antwoord op de probleemstelling welk discours over participatie in vier televisie talkshows door de interactie tussen de verschillende actoren geproduceerd wordt, en hoe dat dat discours geëvalueerd moet worden. De geanalyseerde talkshows zijn de publieksdiscussieprogramma's Jan Publiek (VRT), De Eeuwige Strijd (VTM) en Het Lagerhuis (VARA), gecomplementeerd met het duidingprogramma Ter Zake (VRT).

De uitgangspunten van dit onderzoek vallen ten eerste binnen de poststructuralistische en constructivistische theorievorming, waarbinnen ook de als meta-theoretisch kader gehanteerde discourstheorie van Laclau en Mouffe gesitueerd moet worden. Daarnaast vindt dit werk aansluiting bij het belang dat binnen de Britse 'Cultural Studies' aan het onderzoek naar populaire (televisie)cultuur wordt gehecht. Ten derde wordt in dit werk gekozen voor een kwalitatieve inhoudsanalyse als onderzoeksmethodologie, waardoor aansluiting wordt gevonden bij de kwalitatieve methodologische traditie.

In een eerste deel worden (op basis van een theoretische analyse) de mogelijke (subject)posities die de verschillende actoren kunnen innemen, geïdentificeerd en geanalyseerd. Het resultaat van deze analyse is een beschrijving van de drie 'betekenisvelden' die de identiteit van de media (of het programma), de identiteit van de mediaprofessional en de identiteit van het publiek omringen. Deze als 'richtinggevende concepten' gebruikte betekenisvelden worden versterkt door een eerste toetsing aan de praktijk, wanneer in een tweede deel de interviews met panelleden van de publieksdiscussieprogramma's Jan Publiek en Het Lagerhuis, en de interviews met de redactieleden van de vier programma's geanalyseerd worden. Beide delen schragen de analyse van het uitzendingsdiscours over participatie dat in het derde deel aan bod komt en dat de kern van dit doctoraat vormt. Eerst komt de klemtoon te liggen op de analyse van de identiteiten van de verschillende actoren, en de manier waarop deze identiteiten in de uitzendpraktijk gearticuleerd worden. Deze analyse levert op zijn beurt het materiaal om de machtsrelaties tussen de verschillende actoren, en de manier waarop dat in de uitzending gearticuleerd wordt, bloot te leggen.

Macht wordt hierbij benaderd vanuit een kader dat het machtsdenken van Foucault en Giddens combineert. Dit laat toe om macht niet als bezit te definiëren, maar als een structurele component van menselijke relaties. Aan de hand van de driedeling tussen generatieve, repressieve en productieve macht worden de mogelijkheden en beperkingen van de betrokkenen blootgelegd, waardoor een meer genuanceerde positie tussen publieksparticipatie als emancipatorisch en publieksparticipatie als manipulatief ingenomen kan worden. Immers, terwijl de aanwezigheid van 'gewone mensen' (en hun standpunten, ervaringen en vragen) in deze talkshows effectief gevalideerd wordt, en de verhouding tussen 'gewone mensen' en de elitepersonen die te gast zijn als relatief egalitair getypeerd moet worden, wordt de ongelijke machtspositie tussen de mediaprofessionals en participanten, gestuurd door het redactionele management (en ondanks het verzet van de participanten), zelden in vraag gesteld.